Vrees voor escalatie bankencrisis in Europa

De bankencrisis in Europa dreigt te escaleren. Banken in Zuid- en Oost-Europa worden besmet door de harde aanpak van bankfinanciers en spaarders in Cyprus. En die zwakke banken leveren steeds minder kredieten aan de reële economie. Er dreigt een negatieve spiraal, schrijft Het Financieele Dagblad donderdag.
Manfred Schepers, vicepresident van de Oost-Europabank, waarschuwt in een interview met de krant voor de gevolgen van de Cyprus-crisis voor banken in Polen, Slovenië, Hongarije en andere Oost-Europese landen. Hij maakt zich ‘enorme zorgen’ over de escalatie van de bankencrisis in Oost-Europa. ‘Wie gaat er nog een obligatie kopen van een bank in Oost-Europa? Niemand.’
Shell beroept zich op overmacht in Nigeria
Shell beroept zich op overmacht bij de export van ruwe Nigeriaanse olie, de zogeheten Bonny light crude. Het concern maakte donderdag bekend de Nembe Creek-pijplijn te hebben gesloten om aftappunten van oliedieven te verwijderen en om mogelijke lekkages door diefstal te onderzoeken. De sluiting raakt een dagelijkse productie van 150.000 vaten olie die normaliter via de pijpleiding worden vervoerd. .
Shell installeerde in 2010 voor 1,1 miljard dollar een nieuwe pijpleiding, de 97 kilometer lange zogeheten Nembe Creek Trunk Line. Het concern maakt zich zorgen over herhaaldelijke diefstallen sindsdien. ‘Door de pijpleiding nu buiten werking te stellen willen we een groot aantal aftappunten verwijderen en eventuele lekkages repareren’, aldus directeur van Shell Nigeria Mutiu Sunmonu.
Bij de levering van vloeibaar gemaakt aardgas aan de Nigeria Liquefied Natural Gas Company is juist geen sprake meer van overmacht. De levering werd per 5 februari van dit jaar opgeschort vanwege een lek in een belangrijke pijpleiding. Onderzoek, dat in samenwerking met lokale partijen werd uitgevoerd, wees volgens Shell uit dat het lek is ontstaan doordat onbekenden een gat in de pijpleiding boorden. Daardoor stokte het dagelijkse transport van 144.000 vaten olie-equivalent. .
BP hield risico’s van schoonmaak na olieramp stil

Een medewerker van BP is bezig met schoonwerkzaamheden op het strand van Grand Isle State Park in Louisiana in 2010. Foto Bloomberg / Derick E. Hingle
De Britse oliemaatschappij BP heeft na de olieramp van 2010 in de Golf van Mexico, informatie over schadelijke bijwerkingen van ingezette ‘schoonmaakmiddelen’ met opzet achtergehouden. Dat blijkt uit een reconstructie die de Amerikaanse onderzoeksjournalist Mark Hertsgaard van de nasleep van de olieramp heeft gemaakt.
De handleiding waarin op die risico’s voor de gezondheid wordt gewezen, werd door BP niet verspreid onder schoonmakers en omwonenden die met de middelen in contact kwamen. Daardoor werden honderden, mogelijk duizenden mensen ziek, soms ernstig. BP werkte niet aan het onderzoek mee en weigert ook commentaar.
Op grond van de Amerikaanse wet zijn bedrijven verplicht informatie over gevaarlijke stoffen te verspreiden op de plekken waar ermee wordt gewerkt. Dat voorschrift werd tijdens de schoonmaakoperatie door BP niet of nauwelijks nageleefd, blijkt uit het onderzoek, waarvan Hertsgaard vandaag onder andere in deze krant verslag doet.
Schoonmakers en omwonenden werden in het ongewisse gelaten over de middelen. “Het is net zo veilig als een afwasmiddel”, kreeg een van de schoonmakers te horen. In de weken die volgden kreeg zij allerlei ziekteverschijnselen. Ze kwamen overeen met de symptomen: “prikkelend voor ogen en huid”, “blootstelling kan schade veroorzaken aan rode bloedcellen, nieren of lever”, waarvoor in de niet-verspreide handleiding werd gewaarschuwd.
Ergste milieuramp in de Amerikaanse geschiedenis
Bij de explosie op het boorplatform Deepwater Horizon van BP op 20 april 2010 kwamen elf werknemers om het leven en raakten zeventien werknemers gewond. Het duurde bijna drie maanden voordat het lek kon worden gedicht. In die periode vloeide bijna 800 miljoen liter ruwe olie in de Golf. President Obama sprak van “de ergste milieuramp in de Amerikaanse geschiedenis”.
Ter bestrijding van de olievervuiling liet BP bijna zeven miljoen liter van twee oplosmiddellen (Corexit 9527 en Corexit 9500) met behulp van vliegtuigen uitsproeien over het rampgebied. Daardoor leek de vervuiling minder omvangrijk en schadelijk dan zij in werkelijkheid was, concludeert Hertsgaard.
BP erkent medeschuldig te zijn aan de olieramp en heeft tot nu toe voor 23 miljard dollar (17 miljard euro) aan claims en schikkingen toegezegd of uitgekeerd. De staten Louisiana en Alabama, bedrijven en privépersonen eisen in een civiele procedure die eind februari in New Orleans begon, nog eens miljarden dollars aan schadevergoedingen.