#






IDB accordeert US$ 33 miljoen lening aan EBS 19-12-2014

 IDB accordeert US$ 33 miljoen lening aan EBS 19-12-2014

De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) heeft gisteren een lening van US$ 33 miljoen goedgekeurd ter verlening van financiële steun aan de Energie Bedrijven Suriname (EBS). De algemene doelstelling van deze investeringslening is het leveren van een bijdrage aan de duurzaamheid van de energiesector in Suriname door middel van versterking van de operationele procedures van de EBS en de bedrijfsprestaties waarbij financiering zal geschieden voor verbeteringen in de informatietechnologie en kritieke infrastructuur in het nationaal energiesysteem. De IDB verduidelijkt dat door de nationale groeiratio de energiebehoefte hoog is en vastgesteld is op gemiddeld 6,8 procent per jaar over de afgelopen 5 jaar. De transmissie– en distributie-infrastructuur van de EBS, worstelt met de gestaag groeiende vraag naar energie. Met de vervanging van een aantal verouderde componenten zal er zorg voor worden gedragen dat er geen onderbrekingen optreden en voorkómen zal worden dat energietekorten optreden en dat er een kwalitatief mindere dienstverlening wordt geboden. De focus van het IDB-project richt zich op support aan het EBS Strategic Business Plan en bouwt voort op een bestaande IDB-operatie die momenteel in uitvoering is. Het project zal worden aangevuld met een op specifiek beleid gebaseerde programmatische reeks van operaties die de Surinaamse regering aan het ontwikkelen is met betrekking tot een nieuw nationaal energieraamwerk. Dit zal voor uitgebreide en duurzame verbeteringen moeten zorgen voor wat betreft de levering van energiediensten en de versterking van de energiesector. De IDB-lening is voor een periode van 25 jaar, waarbij 5½ jaar aflossingsvrij is gesteld. Voor verbetering van de EBS-operaties is financiering vrijgemaakt van US$ 13 miljoen en voor de component ‘Kritieke infrastructuur’ US$ 18 miljoen. Wat het laatste betreft, zal met name gewerkt worden aan de verbetering van het zogeheten EPAR-voedingsgebied (Para, Saramacca, Wanica, Brokopondo, Commewijne en Paramaribo) van de EBS.

​KPS en NL patrouilleren in Frans-Guyana 18-12-2014

KPS en NL patrouilleren in Frans-Guyana  18-12-2014

Eenheden van het Korps Politie Suriname (KPS) en van het Nationaal Leger (NL) hebben dit jaar bij twee gelegenheden met hun Franse collega’s gepatrouilleerd in Frans-Guyana. Vijf  Surinaamse agenten liepen in mei dit jaar mee met Franse collega’s tijdens een voetpatrouille langs de waterkant in het buurland en gingen ook mee op pad onder de markt in de Franse plaats Saint-Laurent-du-Maroni. Er vond in augustus jongstleden een tweede gezamenlijke patrouille plaats, waarbij een Surinaamse eenheid, bestaande uit overwegend militairen, aan wal gingen in het buurland. De eenheden werden toen opgevangen en begeleid door Franse militairen. Beide operaties zijn gebaseerd op het ‘2 km Verdrag’ dat gezamenlijke patrouilles van veiligheidstroepen tot 2 kilometer inlands op wederzijdse grondgebieden toestaat.
De Franse ambassadeur, Michel Prom, vertelt in gesprek met De West en ‘Starnieuws’ dat de patrouilles op initiatief van Frankrijk hebben plaatsgevonden. Het verdrag is wel door Frankrijk geratificeerd, waardoor Suriname op patrouille meekan in Frans-Guyana. Suriname is nog niet zo ver, waardoor de Surinaamse troepen hun Franse collega’s niet kunnen meenemen op patrouilles op Surinaams grondgebied.
Prom: “We willen hiermee laten zien dat onze veiligheidsdiensten samen kunnen optrekken.” De ambassadeur noemt het belangrijk dat de bevolking, maar vooral criminelen, op voorhand weten dat de politie en andere veiligheidstroepen van beide landen samenwerken. Daardoor zullen ze zich ervan bewust worden dat je niet langer in het ene land een strafbaar feit kunt plegen en op je dooie gemak rondwandelen in het buurland.

Prom zegt dat Frankrijk het verdrag al heeft geratificeerd en dat met deze actie zijn land laat zien dat er daar geen bezwaren zijn tegen de gezamenlijke operaties aan land. De afgelopen jaren hadden de gezamenlijke patrouilles van Surinaamse en Franse troepen nergens anders plaatsgevonden dan op de Marowijne als grensrivier.
De ambassadeur weet dat er binnen de regeringscoalitie bezwaren worden gemaakt tegen het verdrag en de overlappende patrouilles. Volgens de tegenstanders van het verdrag zou Suriname daarmee zijn soevereiniteit te grabbel gooien.  Maar Prom ziet het anders. In het document zijn er duidelijke regels opgenomen, waardoor de landen elkanders eer niet aantasten. De bezoekende troepen hebben slechts een rol als waarnemer. “Ze hebben geen power en ze kunnen niemand arresteren”, zegt hij. Ze mogen niet (zelfstandig) tot actie overgaan. Overigens heeft het verdrag een reciprociteitkarakter, waarbij Surinaamse troepen even vaak met Franse eenheden mee op patrouille mogen met Franse troepen in Frans-Guyana. Frankrijk heeft in Europa een soortgelijke samenwerking met België en beide landen zijn vol lof over de vruchten die de coöperatie daar afwerpt.
Het ‘2 km verdrag’ werd in 2006 ondertekend tussen de toenmalige ministers Chandrikapersad Santokhi van Justitie en Politie (Suriname) en Nicolas Sarkozy van Binnenlandse Zaken met veiligheid in zijn portefeuille (Frankrijk), als concrete internationale aanpak van de grensoverschrijdende criminaliteit tussen de twee landen. Het verdrag is inmiddels door het Franse parlement goedgekeurd en op 8 januari 2008 geratificeerd. Thans, na de geboorte van het verdrag in 2006, zijn er 7 jaren verstreken en nog is Suriname er niet aan toe gekomen het verdrag te bekrachtigen als laatste horde naar de inwerkingtreding daarvan.
“De stand van zaken is niet echt veranderd”, aldus Prom. Hij zegt dat het verdrag nog steeds is Suriname blijft haken en dat Frankrijk wacht op de ratificatie daarvan. De ambassadeur heeft bij verschillende gelegenheden, zowel diplomatiek als zakelijk, de Surinaamse autoriteiten herinnerd aan het verdrag dat nog niet ten volle kan worden ingezet omdat het de zegen van het Surinaams parlement niet heeft. Ook toen de prefect van Frans-Guyana in maart dit jaar op bezoek was, heeft hij volgens Prom de kwestie aangezwengeld. De Franse autoriteiten hebben ook al bij Surinames ambassadeur, Harvey Naarendorp, in Parijs aangedrongen om haast te maken met de effectuering van het verdrag. Maar die contacten zorgden niet voor een betere vooruitzicht of hoop op ratificatie van het verdrag op korte termijn.

 

Kernvraagstukken volksgezondheid met Fransen geïdentificeerd 17-12-2014

Kernvraagstukken volksgezondheid met Fransen geïdentificeerd 17-12-2014

Ons land heeft met ons oosterbuurland een aantal gemeenschappelijke kernvraagstukken geïdentificeerd, waarbij on-der meer onderzocht wordt in hoeverre in breder verband sa-mengewerkt kan worden op het vlak van nierdialyse, radiotherapie, bevallingen, aanpak van nierproblemen, kanker, hiv en chikungunya. Dit kwam op 12 december jongstleden naar voren tijdens een bezoek van een Franse delegatie, bestaande uit leden van de Franse gezondheidsinstantie, Christian Meurin (algemeen directeur Regionaal Gezondheidsagent-schap, ARS), Bruno Provost (arts), Nathalie Merle (hoofd van de missie tegen malaria), Soizick Cazaux (verantwoordelijk voor hulpverlening), Jean Brignon (onderdirecteur ziekenhuis te St. Laurent, Frans-Guyana) en Dominique Delpech (directeur ziekenhuis Cayenne, Frans-Guyana). De delegatie heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om medici te ontmoeten in het Academisch Ziekenhuis Parama-ribo en op het hoofdkantoor van de Medische Zending. Er zijn verschillende samenwerkingsmogelijkheden besproken tussen de gezondheidsfunctionarissen van de twee landen. Verschillende samenwerkingsonderwerpen werden in kaart gebracht met de autoriteiten van het Surinaamse ministerie van Volksgezondheid, waaronder de opening van het ziekenhuis te Albina in 2015 en de bouw van een nieuw ziekenhuis in Saint-Laurent-du-Maroni. “De twee ziekenhuizen zijn belangrijk voor het ziekenhuiscentrum in Cayenne, dat als referentiecentrum voor de gezondheidssector fungeert in het buurland”, legt de directeur Delpech uit. Cayenne is na-melijk de ruggengraat voor hulpverlening in Saint-Laurent en beheert de hele gezondheidssector in Frans-Guyana, in het bijzonder aan de grens. Door de samenwerking te verstevigen, wensen beide landen de toegang tot goede gezondheid te vergemakkelijken door middel van de ondertekening van een bilaterale samenwerkingsovereenkomst. Meurin legt uit: “De samenwerking is gericht op een betere toegang tot gezondheid langs de rivier, maar ook in geheel Frans-Guyana. Wij wensen om de toegang tot hoogwaardige zorg te vergemakkelijken, want dat is vandaag de dag slechts aanwezig in Pa-ramaribo en Cayenne.”
Dan heb ik het over dialyse, radiotherapie, en bevallingen. ’’
Delpech haalt ook de mogelijkheden aan tot samenwerking bij de aanpak van nierproblemen, kanker en HIV. De modaliteiten voor het dekken van de zorg zullen door een werkgroep worden uitgeschreven, zodat er in 2015 een samenwerkingsovereenkomst tot stand kan komen op dat gebied. De bilaterale uitwisseling bestaat al enige tijd tussen de medische staf van Frans-Guyana en Surina-me, die regelmatig onderonsjes hebben tijdens seminars en conferenties. Volgens Del-pech is dat een `open veld om goed te gebruiken’. Beide landen wisselen al informatie uit over hun epidemiologische onderzoeken. Zo hebben ze ook strategische informaties uitgewisseld die verband houden met de recente uitbraak van chikungunya in beide landen. Meurin hoopt dan ook dat er een samenwerkingsweek op gang gebracht kan worden waarin meer accent wordt gelegd op de band tussen Frans-Guyana en Suriname. Tijdens die week besteden beide landen dan aandacht aan de verschillende aspecten van de zorg en wel in de vorm van een beurs. Echter, blijft er voorlopig de barrière van de non-equivalentie van de behaalde diploma’s tussen beiden landen, behalve voor de Surinaamse artsen die hun diploma in Europa hebben be-haald.

Monetaire reserves gekelderd en staatsschuld fors opgelopen 16-12-2014

Monetaire reserves gekelderd en staatsschuld fors opgelopen 16-12-2014

De monetaire reserves van Suriname zijn wederom gekelderd en lijken in een vrije val te zijn gekomen. Voorts is de binnenlandse staatsschuld fors opgelopen met SRD 208 miljoen. Dit blijkt uit de gisteren geactualiseerde data op de website van de Centrale Bank van Suriname, alsook het webportaal van het Bureau voor de Staatsschuld. Er heeft vorige maand een verdere inkrimping van US$ 16,3 miljoen van de monetaire reserves plaatsgevonden, hetgeen een voortzetting van de dalende trend is van de laatste maanden. De internationale reserves zijn per ultimo november bepaald op US$ 604 miljoen, terwijl het in oktober, september, augustus en juli nog om respectievelijk US$ 621 miljoen, US$ 662 miljoen, US$ 739 miljoen en US$ 794 miljoen ging. Per ultimo oktober werd reeds vastgesteld dat de internationale reserves ten opzichte van een jaar eerder met 19,6% waren gedaald en dat die geldhoeveelheid toen werd ingeschat op 3,1 maanden importdekking. Het IMF rapporteerde recentelijk in het kader van de artikel IV-consultaties, dat vanwege de dalende goud- en olieprijzen, onze export daalde, externe saldi en reserves waren verslechterd en het begrotingstekort was opgelopen tot 6,8% van het BBP. Het is evident dat de monetaire reserves zwaar onder druk staan en dat er een dalende trend waarneembaar is, omdat er regelmatig op de valutamarkt geïntervenieerd moet worden door de moederbank.
Het is algemeen bekend dat er een laag aanbod van Ameri-kaanse dollars is, wat te verklaren is door de heersende schaarste en grotere vraag bij handelaren, de prangende onzekerheid die er heerst en het verkwistend beleid van de regering.
Per ultimo 2012 bedroegen onze monetaire reserves nog ruim US$ 1 miljard, maar uit de tabellen valt af te lezen, dat vrijwel elke daarop volgende maand er een drastische afname daarin werd opgetekend. Als de definitie van de Wet op de Staatsschuld in acht wordt genomen, is voorts per ultimo oktober de stand van de buitenlandse schuld circa US$ 1067 miljoen, oftewel SRD 3,6 miljard, terwijl de binnenlandse schuld is aangezwollen tot boven de SRD 2 miljard. Per ultimo september ging het om respectieve schulden van SRD 3,6 miljard en SRD 1,8 miljard. De totale staatsschuld die ultimo september werd bepaald op SRD 5,4 miljard is per ultimo oktober gestegen naar SRD 5,6 miljard.

FAO registreert structurele slechte voeding peuters 15-12-2014

FAO registreert structurele slechte voeding peuters

De Food and Agriculture Organization (FAO) heeft  eerder deze maand  in het rapport ‘Food and Nutrition in Numbers 2014’ statistieken gepresenteerd waaruit valt te destilleren dat veel peuters in Suriname ongezond zijn vanwege het structurele karakter van de ondermaatse voeding die hun wordt voorgeschoteld. De voeding die met name aan Surinaamse kinderen onder 5 jaar wordt verstrekt, baart deze werkarm van de Verenigde Naties veel zorgen. In het rapport zijn per land voedselstatistieken gepresenteerd, waarbij voor Suriname naar voren is gekomen dat een significant deel van de peuters kampt met een groeiachterstand en er onder hen een hoge prevalentie is van anemie (bloedarmoede). Anno 2014 is 11,6% van de jongens en 9,8% van de kinderen onder vijf jaar korter dan de normale lengte die ze voor hun leeftijd zouden moeten hebben, terwijl  het in 2002 ging om respectieve percentages  van 17 en 11,8. Daarbovenop is de prevalentie van peuters met anemie zeer zorgwekkend en werden in 1992, 2002 en 2014 zeer hoge gemiddelde percentages vastgesteld van respectievelijk 41,9, 39,7 en 39,1. De deficiëntieziekte wordt mede veroorzaakt door een gebrekkige inname van ijzer. Opmerkelijk genoeg kampen ook veel zwangere en niet-zwangere Surinaamse vrouwen met bloedarmoede. In het rapport zijn respectieve percentages geregistreerd voor 1992, 2002 en 2014 van zwangere/niet-zwangere vrouwen van 40,5/34,5,  36,3/33,5 en 32,4/27,8. Jonge Surinaamse moeders schijnen voorts überhaupt niet geneigd te zijn om borstvoeding te geven, gezien de percentages van 8,7 in 2002 en 2 in 2014 van moeders die in de eerste zes maanden exclusieve borstvoeding geven.
De FAO signaleerde overigens eerder al dat ook andere voedingsstoffen, zoals vitamine A, onvoldoende door de Surinaamse peuters worden ingenomen, daar door de wereldorganisatie bij circa 18% van hen een chronisch tekort werd vastgesteld. Voor wat betreft de antropometrie is in het rapport eveneens openbaar gemaakt dat zowel in 2002 als 2014 maar liefst 11% van de babies geboren werd met een te laag gewicht.

Relatief veel Surinaamse kinderen onder de vijf jaar kampen eveneens met een ondergewicht en in 2002 en 2014 werden respectieve percentages bij jongens/meisjes geregistreerd van 12,6/10,1 en 8/7. Voor wat het andere extreem betreft, kinderen met obesitas, werden in 2002 en 2014 bij jongens/-meisjes respectieve percentages opgetekend van 3/2,7  en 4,6/3,4. Ten overvloede waarschuwt de FAO dat slechte voeding in al haar vormen, te weten ondervoeding, deficiëntie aan micronutriënten, overgewicht en obesitas, voor onaanvaardbaar hoge economische en sociale kosten zorgen in de wereld. Het verbeteren van voeding en het verminderen van deze kosten, vereisen volgens de FAO een multidisciplinaire aanpak die dient te be-ginnen met voeding en landbouw, waarbij er complementaire interventies in de publieke gezondheidszorg en het  onderwijs worden doorgevoerd.

VP-15-12-2014

Staatsolie Raffinaderij “meest prestigieuze project ooit” 13-12-2014

Staatsolie Raffinaderij “meest prestigieuze project ooit”

Vierendertig maanden nadat de eerste paal officieel was geheid als eerste stap in de uitbreiding van de Staatsolie Raffinaderij, is vandaag de eerste Staatsolie ruwe aardolie vanuit Saramacca gepompt naar Tout Lui Faut om in de fabriek tot asfaltbitumen en stookolie te worden verwerkt. De raffinaderij zal daarnaast ook premium diesel en gasoline produceren. “Hier staat nu het meest prestigieuze project, ooit gebouwd in Suriname en wel door Surinamers”, aldus woorden van Rudolf Elias, manager Refenary van Staatsolie Maatschappij Suriname NV.

 

Frankrijk vindt 120 kg coke tussen Surinaamse bananen 12-12-2014

 Frankrijk vindt 120 kg coke tussen Surinaamse bananen

De douane van de Franse havenstad Dunkerque (Nord) heeft vorige week tijdens een routinecontrole in de Loon-Plage terminal 120 kilogram cocaïne uit een container onderschept.  Volgens de Franse douane waren de drugs verborgen in een zending verse bananen uit Suriname en wordt de marktwaarde van de geconfisqueerde contrabande geschat op 7,8 miljoen euro. Uit een audiovisuele opname die gemaakt is van de charge van de douane blijkt dat de bananen verstopt waren in dozen vol met bananen van een Surinaams bananenbedrijf. Een gespecialiseerde interregionale rechtbank in Lille is belast met het verdere verloop van deze zaak. Tegenover de camera van ‘France 3’ verklaart Arnaud Demulle, functionaris van de Franse douane, dat regelmatige en gerichte controles op het aandachtsgebied ‘Zee’ de inbeslagname mogelijk heeft gemaakt.

 

Douane-inspecteur Van Hammen per 1 januari met verlof 11-12-2014

Douane-inspecteur Van Hammen per 1 januari met verlof

Per 1 januari aanstaande zal douane-inspecteur August van Hammen, die momenteel leiding geeft aan de douane met verlof gaan, in aansluiting daarop zal hij in augustus met pensioen gaan. Dit wordt bevestigd door de minister van Financiën, Andy Rusland. Van Hammen kreeg vorig jaar de functie hoofd interim managementteam toegewezen en in-middels is hij al 43 dienstjaren werkzaam. De redactie van De West heeft inmiddels vernomen dat Ruben Mendonça be-last zal worden met de waarneming van de functie als Van Hammen begin volgend jaar met verlof gaat.

Menselijke waardigheid is basis voor menswaardig bestaan 10-12-2014

Menselijke waardigheid is basis voor menswaardig bestaan

door Willemijn Dekker

“De waardigheid van de mens is de basis voor een menswaardig bestaan in vrijheid, vrede en gerechtigheid”.
Zo sprak Betty Goede, voorzitter van de Organisatie van Gerechtigheid en Vrede (OGV), vanmorgen in verband met de Internationale Dag van de Mensenrechten. De Verenigde Naties (VN) hebben dit jaar als thema voor de dag uitgekozen ‘365 dagen in achthouding van mensenrechten’.
 De organisatie van Gerechtigheid en Vrede heeft de slachtoffers van mensenrechtenschendingen in Suriname herdacht en bloemen gelegd bij het Monument voor Mensenrechten-schendingen in Suriname aan de Dokter Sophie Redmond-straat. Nabestaanden en mensenrechtenactivisten hebben tijdens de herdenkingsactiviteit 155 slachtoffers van mensenrechtenschending in Suriname sinds 25 februari 1982 ge-noemd bij naam en toenaam. De OGV pleit voor onderzoek en vervolging van al deze gevallen van mensenrechtenschending en berechting van alle daders.  Goede meldde in haar toespraak dat het hele Surinaamse volk verantwoordelijk is voor het behoud van mensenrechten: “We hebben de plicht om alle uitingen van geweld te zien en te horen, maar we moeten ook reageren door de persoon aan te spreken of aan te geven.” Ze zei  dat de overheid telkens weer een aanslag pleegt op het denkvermogen en de intelligentie van de totale natie: “We moeten de komende maanden alert blijven en goed nadenken over onze eigen bijdrage aan een positieve ontwikkeling van ons land. Niet alleen voor onszelf, maar voor alle generaties die na ons zullen komen. Het mag en kan niet dat een handjevol mensen het land verzieken en vervuilen met een zucht naar macht, goud en geld”.
Goede pleit ervoor dat mensenrechteneducatie moet worden opgenomen in het curriculum van het onderwijs: “We kunnen niet vroeg genoeg beginnen met het bijbrengen van mensenrechten bij jongeren.”
Tijdens de herdenking werden er bloemenkransen neergelegd bij het monument voor slachtoffers van mensenrechten in Suriname, onder wie veel militairen en burgers. Niet van alle slachtoffers zijn de namen (volledig) bekend. Enkele bekende gevallen waarvan de slachtoffers bij naam werden genoemd: Decembermoorden (1982), Moiwanaslach-ting (1986), moord politie-inspecteur Her-man Gooding en de moord op Stuard Patrick Deel en Doetje Apai, twee lijfwachten van de toenmalige Jungle Commando-leider Ronnie Brunswijk. De mannen werden doodgeschoten, terwijl ze ongewapend op een gang stonden te wachten, terwijl Brunswijk binnenskamer aan de vredesonderhandelingstafel zat met een delegatie van Desiré Bouterse, nu president, toen legerleider. Ook de vermissing van een groep inheemse mannen in West-Suriname passeerde de revue. De gevangen genomen Sabajo’s en anderen werden door de Militaire Politie naar West-Suri-name meegenomen, zogenaamd voor een onderzoek. Sindsdien zijn de mannen nooit meer teruggezien.  “Op 15 januari is het precies 25 jaar geleden dat mijn broer vermist werd,” zegt Marileen Sabajo, zus van de vermiste Jerryl Sabajo, “Niemand weet wat er is gebeurd. Ik geloof dat hij vermoord is, maar het is nog steeds onzeker.”  Marileen liet haar tranen vanmorgen de vrije loop tijdens de herdenkingsactiviteit. Ze legde twee bloemstukken bij de sokkel van het monument. Ook voor Herman Deel en zijn vrouw Wilhelmina Deel – Awaki is het verdriet om hun zoon Stuard Deel nog merkbaar. “Het is pijnlijk je zoon zo te verliezen, juist tijdens het vredesproces. Officieel zijn hij en Doetje de laatste slachtoffers van de oorlog,” treurt vader Deel: “Het was mijn jongste zoon. Weet u, hij was strijder. Dan is je geweer net als je tweede vrouw. Maar, juist omdat de missie naar Paramaribo deel was van de vredesonderhandelingen, mochten ze niet met hun wapens in het gebouw. Je laat je wapen achter, als een strijder ben je dan aan handen en voeten gebonden. Je kan niks doen. En zo hebben ze die twee jongens dus doodgeschoten.” Terwijl hij zijn relaas doet, pikt zijn moeder nog een traantje weg. Beiden zeggen zich ondertussen te hebben bekeerd tot het christendom en plaats te hebben gemaakt in hun hart om de schuldigen te vergeven. Dat wil echter nog niet zeggen dat ze geen gerechtigheid willen. “We hopen dat er ooit gerechtigheid komt,” zegt meneer Deel. Het is de eerste keer dat het echtpaar in collectief verband meedoet aan een herdenkingsactiviteit in verband met de Internationale Dag voor de Mensenrechten. Goede deed aan het einde van de herdenking een beroep op de samenleving om hun medewerking te verlenen bij het volmaken van de onvolledige namen van de slachtoffers. De OGV-vootzitter acht het van belang dat de lijst volledig en correct is.

 

ATM paraat voor naleving Wet Minimum Uurloon 9-12-2014

ATM paraat voor naleving Wet Minimum Uurloon

Functionarissen van het ministerie van Arbeid, Technologi-sche Ontwikkeling en Milieu (ATM) worden in paraatheid gebracht om toe te zien op de naleving van de Wet Minimum Uurloon, die 1 januari aanstaande in werking treedt. Dit kwam vanmorgen in de SIVIS-trainingszaal naar voren tijdens een informatiesessie voor leidinggevende functionarissen van het ministerie over de uitvoering van deze wet. Deze wet is op 29 augustus jongstleden aangenomen in het kader van het Nationaal Sociaal Zekerheidsstelsel. Overigens was de Wet Basiszorg de eerste sociale wet die in werking trad op 9 oktober jongstleden en vanaf vandaag is de Wet Algemeen Pensioen van kracht.

 

#

#
#
#
#