#






glc

Weer op de been!

Zo maar…..

Weer op de been!

 

  Ziezo! Daar ben ik weer na een afwezigheid van meer dan tien dagen. Ik was wegens een onbekende ziekte weer opgenomen in het Sint Vincentius Ziekenhuis. Maar nu ben ik weer stevig op de been en kan derhalve aan mijn wekelijkse verplichting voldoen.

  Laat mij beginnen met te zeggen, dat ik grote bewondering heb voor het verplegend personeel. Ik weet niet wat ze verdienen, maar er kan mijns inziens best een schepje bo-ven op. Misschien kan deze opmerking een suggestie voor de vakbond zijn.

  Ik moet constateren dat de parkeerplaats van bussen tussen de Zwartenhovenbrug- en Hofstraat nog steeds niet is aangepakt en dat daardoor met de ingevallen regens het voor degenen die daar een bus moeten pakken, het dyompo futu spelen is geworden. Maar ja, misschien is dat om aan de buitenlandse congresgangers te laten zien dat wij, ondanks de aangebrachte versierselen in de stad, toch een derdewereldland zijn.

  Ik wil in dit kader wel wijzen op het Decreet B-5 van 22 augustus 1980 (SB 1980 No. 68) en B-8A van 19 november 1980, (SB 1980 No. 121), de Wet van 4 mei 1990 (SB 1990 no. 24) en de Beschikking van de minister van Handel en Industrie van 29 mei 1997 no. 18 (SB 1997 no. 20), die over smerigheden gaan. Ik verwijs naar deze stukken en denk dat lezing van ze de bevoegde ambtenaren tot betere acties zal brengen. Ik ci-teer voor hun gemak uit de wet van 1997: “Hij die vuilnis, afval of andere hem toebe-horende zaken nederwerpt, stort of plaatst dan wel doet nederwerpen, storten of plaat-sen op een voor het verkeer openbaar staande weg en de daarbij behorende voetpaden in een voor het publiek toegankelijke tuin op park in een voor de afwatering bestemde of daartoe dienende gracht, trens of kreek of op een ander dan van overheidswege daartoe aangewezen tot het domein behorend perceel of land, wordt gestraft met hech-tenis. De gebruiker of beheerder van een erf of perceel of bij ontbreken van deze tot ge-bruiker dan tot gerechtigde dan wel de zakelijk gerechtigde die ingebreke blijft dat erf of daaraan gedeelte van het voetpad behorend bij de openbare weg, te zuiveren van on-bewoonde krotten, bouwvallen en de dergelijke alsmede van, vuilnis of afval wordt ge-straft met hechtenis. De vergunninghouder dient er zorg voor te dragen dat het erf of perceel waar het bedrijf wordt uitgeoefend alsmede het daaraan grenzende gedeelte van het voetpad behorende bij de openbare weg, gezuiverd is van autowrakken, afge-dankte meubels, machines, en huishoudelijke apparatuur, wied, vuilnis of afval en er geen voor de volksgezondheid en het milieu schadelijke afvalstoffen worden geplaatst of gestort.”

  Ik verwijs ook naar het Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting aan de Wa-terkant dat nog steeds afgeschut wordt met roestige zinkplaten, terwijl wij een zinkpla-tenfabriek aan de Calcuttastraat hebben.

  De hindoes onder ons hebben het Divalfeest gevierd. Dat was grootser dan de vorige jaren. De partij van president Desiré Delano Bouterse, de NDP, had gemeend om daar-aan het hare toe te voegen en had met een grote advertentie in de kranten en een reu-zen kappa en foto’s van fotogenieke burgers op het Onafhankelijkheidsplein laten mer-ken.

  Intussen wordt er feest gevierd met het besluit van het parlement over de woningbouw, terwijl het niets meer is dan een besluit tot de uitvoering van artikel van de grondwet luidende: “Bij wet wordt een huisvestingsplan vastgesteld, gericht op het in voldoende mate voorzien  in betaalbare woningen en staatscontrole op de aanwending van onroe-rend goed voor volkshuisvesting.”

  Maar ja, er moet gescoord worden.

 

Henry E. Cameron

De overheid

 De overheid

   De overheid heeft sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog de behoefte gevoeld om het volk te informeren over haar handelen. Minister-president Henck Alfonsus Eugene Arron heeft daarin an de onafhankelijkheid onderscheid gebracht en de voorlichting verdeeld in politieke voorlichting en verhalen over het handelen van de ministers en ministeries. Met de eerste was de Regerings Publiciteitsdienst (RPD) belast en met de tweede de Nationale Voorlichtingsdienst (NVD). De eerste hield kantoor in het Onafhankelijkheidshotel en de tweede in het gebouw van de Immigratiedienst aan de Grote Combéweg.

  Na de machtsovername door de militairen onder leiding van de sergeant-majoor Desiré Delanto Bouterse, begreep deze dat met het onnozele volk moest worden gecommuniceerd. Die taak nam hij op zich, maar gaf die op toen hij de hoogste man in het leger en derhalve de baas van het land was geworden. De voorlichting ging toen het moeras in. Maar de behoefte aan inlichting en voorlichting bleef bestaan.

  “De Overheid” Zo heet  blaadje dat al langer dan een jaar des vrijdags als bijvoegsel van de ochtendbladen de Ware Tijd en Times of Suriname verschijnt. “De uitgave, met nieuwsinformatie en bekendmakingen, maakt deel uit van de verschillende media die de regering inzet om te komen tot een transparante overheid en een evenwichtige informatievoorziening van elke burger,” verklaarden de eindredacteuren George Orie en Siegfried Gerling. De coördinatie berustte bij Danille Tauwnaar en de vormgeving bij Fabian Risitie. Het postadres was : Dokter Sophie Redmondstraat 116 en het e-mailadres: de overheid@vicepresident.gov.sr.Sinds enige tijd worden Orie en Gerling niet meer als redactieleden vermeld, waardoor ik aanneem dat ze uit de redactie zijn getreden of gezet.

  Het ene blaadje vermeldt op de frontpagina dat het een externe bijlage is van Times of Suriname en heeft ook doorlopende paginanummering. Volgens het ander blaadje is het een externe bijlage van dWT met een eigen paginanummering.   In “De Overheid” van 19 augustus 2011 (Times of Suriname, pagina 21) staat op de frontpagina onder de kop “Overheidscommunicatie komt op gang: Voorlichtingsmedewerkers brainstormen over “De Overheid”: “De overheid heeft sinds een week een eigen medium erbij: De Overheid. Het is een katern dat onder verantwoordelijkheid van de overheid elke vrijdag in de dagbladen de Ware Tijd en Times of Suriname wordt  opgenomen. Afgelopen maandag vond op het Kabinet van de vice-president de eerste redactievergadering plaats met voorlichtingsmedewerkers van de ministeries en de kabinetten.

  De voorlichtingsmedewerkers kunnen wekelijks bijdragen leveren met nieuws en informatie van hun departement. Er zal ook voldoende aandacht worden besteed aan voorlichting. Het katern is een uitgave van de overheid en dus ook bedoeld voor berichtgeving van en over alle overheidsinstituten, vertegenwoordigers van Suriname in het buitenland en partners van de overheid. Om de kwaliteit van het katern te waarborgen, zullen redactionele en technische trainingen en stageprojecten worden verzorgd. Voor de redactieleden. Voorts is het de bedoeling dat alle voorlichtingsafdelingen worden toerust om hun werkzaamheden adequaat te kunnen uitvoeren. “De Overheid” bestaat uit vier of meer pagina’s met artikelen en bekendmakingen over en van overheid en regering. Het maakt deel uit van de verschillende media, (radio, televisie, krant, internet, buitenreclame, enz). die de regering inzet om de burgerzo omstandig mogelijk te informeren over het het doen en laten van overheidsinstituten. Vanuit de nieuwe benadering van overheidscommunicatie zullen traditionele en nieuwe media daartoe integraal en intensief worden ingezet. De missie van de overheidskrant is met elke burger die Nederlands kan lezen, te communiceren over het handelen van de Surinaamse overheid en de regering. De hoofddoelstellingen zijn regelmatige nieuws- en informatievoorziening van de burger via een gedrukt en landelijk gedistribueerd overheidsmedium, centrale publicatie van overheidsbekendmakingen en een gestroomlijnde en eenduidige communicatie vanuit de overheid en regering.”

  We  onthouden ons na deze aanhalingen van een oordeel over dit middel van “een eenduidige communicatie vnauit de overeid en regering”. Tra sani de fu du! En we kijken uit hoe lang het zal worden volgehouden.

 

Henry E. Cameron

Herinneringen 12 – 09 – 2012

 

Herinneringen 12 – 09 – 2012

 

  Ik moest verleden week met een gast naar het vermaakcentrum des hoofdstads en kwam daardoor langs het Onafhankelijkheidslein. Dat bracht mij langs het meer dan levensgroot standbeeld van Johan Adolf Pengel met het gezicht naar de vergaderzaal des lands met dito foto’s van enkele prominenten tegen de oostelijke schutting.

  Dat riep bij mij herinneringen op toen er ook voor Jagernath Lachmon een standbeeld moest worden opgericht. Dat kon natuurlijk niet ver van dat van Jopie Pengel, vonden zijn aanhangers. Maar Lachmon was niet zo groot als Pengel. Geen nood! Dan maar hem op een zodanig voetstuk plaatsen, dat hij niet onderdeed voor zijn ex-tegenstander en –strijdmakker.

  Ik dacht toen ook aan de opvolger van Jopie Pengel: Henck Alfonsus Eugene Arron, de man die de staatkundige onafhankelijkheid van ons land heeft gebracht, die niet door zijn partijgenoot en voorganger Pengel kon worden gerealiseerd. Om de herinnering aan hem niet te vergeten, is zijn standbeeld ergens in een hoek van de Palmentuin aan de Kleine Combéweg met zijn gezicht naar de vroegere Burgerlijke Stand geplaatst.

  Op de plek waar jaren het beeld van H.M. Koningin Wilhelmina heeft gestaan, werd na de realisering van de onafhankelijkheid, een Surinaamse vlag gehesen. Die heb ik enkele dagen niet gezien en naar mij is verteld, wordt het dundoek ook al dagen daar niet meer gezien. Op die plek had feitelijk het beeld van Arron moeten staan. Maar dat komt misschien nog wel.

  Ik dacht toen ook aan de vernoeming van de Wanicastraat naar Johan Adolf Pengel, omdat zijn ouderlijk huis daar heeft gestaan en hij een deel van zijn leven daarin heeft doorgebracht. In hun ijver de aanbidding van hun leider nadrukkelijker te bewijzen, hebben volgelingen van Pengel de Wanicastraat naar hem vernoemd.

  In de ogen van de volgelingen van Jagernath Lachmon kon dat niet, dus werd niet de Corantijnstraat waaraan hij jaren heeft gewoond, naar hem vernoemd, maar de Coppenamestraat in het verlengde van de Wanicastraat om de gelijkwaardigheid met Pengel te accentueren.

  Om ook de vergetelheid aan Henck Arron te voorkomen, werd de Gravenstraat vanaf het Onafhankelijkheidsplein naar hem vernoemd, zodat men in een doorstromend verkeer van de Leidingen via de Jagernath Lachmonstraat in de Johan Adolf Pengelstraat komt en vervolgens in de Henck Arronstraat bij het presidentieel paleis belandt, dat geen van ze heeft bewoond.

  Om de historie niet uit te wissen, zouden de heersers van nu, de Gravenstraat bij de Swalmbergstraat kunnen doen beëindigen en de Soldatenstraat bij het Leger des Heils conform de geschiedenis kunnen laten beginnen, de J.A. Pengelstraat bij het Molenpad doen eindigen en de Lachmonstraat bij de Brokopondolaan laten beginnen.

  Intussen hebben wij vernomen, dat de presidentiële commissie van geleerden aan de president heeft voorgesteld om Goede Vrijdag als nationale vrije dag te schrappen. Ik hoop niet dat de president daarin trapt. Eerder komt volgens mij 25 februari, daarvoor in aanmerking. Die heeft toch geen basis in de gemeenschap. Maar ja, als men het staatshoofd een hak wil zetten, dan doe  men hem maar zulke voorstellen!

 

Henry E. Cameron

Van couppleger tot president 7-9-2012

Van couppleger tot president  7-9-2012

   Suriname ligt in het noordoostelijk deel van Zuid-Amerika. Het was eeuwenlang een kolonie van het Koninkrijk der Nederlanden. Toen werd het bij de gratie van koningin Juliana op 25 november 1975 een democratische republiek met een eigen leger. President werd de laatste gouverneur:  Johan Henri Elisa Ferrier.  Aan het hoofd van het leger van dienstplichtige soldaten, aangevuld met ex-Nederlandse militaire vrijwilligers van Surinaamse afkomst, stond de ex-Nederlandse kolonel Yngwe Elstak van Surinaamse komaf, bijgestaan door ex-Nederlande officieren en onderofficieren van wie de wieg in Suriname had gestaan. Het leger kreeg de heldhaftige naam van Surinaamse Krijgsmacht.

  Spoedig ontstond er een conflict in het leger, want terwijl in het Nederlandse leger de verhoudingen werden gedemocratiseerd (zeg dag met het handje) hield de leiding zich aan een stramme houding met de hakken tegen elkaar bij een ontmoeting tussen hoog en laag.

  De wanverhouding tussen het kader, verenigd in de Bond Militair Kader (Bomika) onder leiding van de sergeant-majoor Desiré Delano Bouterse en de militaire top, werd op het bord van premier Henck Alfonsius Eugene Arron gelegd. Het toen ontstane conflict leidde uiteindelijk tot de arrestatie van Badrisein Sital, Laurens Neede en Ramon Abrahams en dagvaarding voor de rechtbank. Op 25 februari 1980 zou de uitspraak plaatsvinden.

  Zover kwam het echter niet, omdat Bouterse en zijn mannetjes in de ochtend bezig waren met een staatsgreep, terwijl het normale dagelijks leven in Suriname zijn voortgang vond. In de middag was de volledig machtsovername door Bouterse en zijn mannetjes voltooid. OP 13 augustus 1980 werd hij de heerser.

  De schone plannen die hij had, bleken in de loop der jaren fata morganas te zijn met de ontgoocheling door de algemene verkiezing en terugkeer naar de democratie. De NPS en de VHP zouden toen samen de strijd ingaan tegen Bouterse en zijn inmiddels gevormde aanhang, maar op een spottend advies van Bouterse, namen ze de KTPI ook mee.

  De oude partijen wonnen als Nieuw Front de strijd, maar verloren die daarop volgde van de dissident Jules Wijdenbosch van Bouterse. Die verloor op zijn beurt de verkiezing van de combinatie NPS VHP, Pertjajah Luhur, SPA en DA’91 en deze  hielden de touwtjes tot 2010 in handen. In dat jaar nam Bouterse de staatsmacht weer in handen. Hij bevorderde zichzelf van de leider van de militaire staatsgreep tot de heerser  van de republiek Suriname, met de titel van president.

  Bouterse is sinds de laatste verkiezingen op democratische wijze gekozen tot president. Hij is staatshoofd, hoofd van de regering, voorzitter van de Staatsraad, voorzitter van de Veiligheidsraad, opperbevelhebber der Strijdkrachten, de Uitvoerende Macht berust bij hem als president, hij geeft leiding aan de buitenlandse politiek.

  Er zijn mensen, die de vice-president op één lijn stellen met de president, maar volgens de grondwet is de vice-president verantwoording verschuldigd aan de president. Het is dus pure voor-de-gek-houderij- om te spreken en te schrijven van de regering Bouterse/Ameerali. De ministers zijn ook verantwoording verschuldigd aan de president.

  Uiterlijk op de eerste werkdag in oktober geeft de president in een buitengewone vergadering van De Nationale Assemblée een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid. De Nationale Assemblée vangt echter haar beraadslagingen niet aan noch besluit zij zo niet meer dan de helft der leden tegenwoordig is.

 

Henry E. Cameron

Abracadabra? 0509-2012

Abracadabra? 0509-2012

 

  President Desiré Delano Bouterse gelooft in de deskundigheid van sommige medewerkers en tekent daarom blindelings stukken, die zij hem voorleggen. Daardoor is de indruk gewekt, dat hij genoeg heeft van het aantal dagen, dat als een zondag moet worden beschouwd en derhalve een vrije dag is. Dus heeft hij een commissie benoemd om hem op dat stuk van advies te dienen, terwijl hij zelf die dagen heeft ingesteld. Die commissie heeft blijkens een krantenartikel van gisteren hem geadviseerd om Goede Vrijdag, Divali en Id-Ul-Adha als nationale vrije dagen af te schaffen, wat ongetwijfeld zeer veel protesten met zich zal meebrengen, omdat die vrije dagen niet alleen met het hoofd, maar ook met het hart door grote delen van het volk beleefd en beleden worden.

  De adviseurs maken volgens die krant onderscheid tussen Gedenk- en Herdenkingsdagen. Gedenkdagen hebben een overwegend nationaal karakter, terwijl Herdenkingsdagen slechts door een deel van de bevolking worden gevierd.

  Bij Staatsbesluit van 5 januari 2012 lezen wij, dat volgens president Bouterse nationale vrije dagen ook zijn: Holidag, Divalidag, Id-ul Fitrdag, Nieuwjaarsdag (1 januari), Dag van Bevrijding en Vernieuwing (25 februari), Dag van de Arbeid (1 mei), Keti Koti Dey (1 juli), Dag der Inheemsen (9 augustus, Dag der Marrons (10 oktober) en Dag van de Republiek (25 november).

  De dag van 25 februari is de dag van de staatsgreep onder leiding van de sergeant-majoor Desiré Delano Bouterse en was als gedenkdag door president Runaldo Ronald Venetiaan afgeschaft. In de Nota van Toelichting op het Staatsbesluit van 5 januari 2012 lezen we: “Gelet op de dag van 25 februari 1980 voor de geschiedenis van ons land met name het teweegbrengen van wijziging in de politiek-bestuurlijke verhoudingen, acht de regering van de Republiek Suriname het wenselijk, dat deze dag wederom als een met de zondag gelijkgestelde dag wordt beschouwd. Op 1 mei 1980 werd deze dag opgeroepen als Dag van de Bevrijding en Vernieuwing en bij S.B.1981 no.7 als een nationale vrije dag toegevoegd. Echter kwam in 1993 na de grondwetswijziging van 1992 de dag van 25 februari als nationale vrije dag en dag gelijkgesteld met de zondag te vervallen. Derhalve acht de regering het wenselijk, deze dag aan te merken als een nationale vrije dag en dag gelijkgesteld met de zondag en dat deze dag wordt opgenomen in het Besluit Vrije Dagen.”

  De dag van 25 februari heeft echter geen enkele wijziging gebracht in de politiek-bestuurlijke verhoudingen en werd ten onrechte als een feestdag aangemerkt. Eerder is zij een dag van bezinning en voor sommigen de eerste stap naar verrijking. Want die dag is een uit de hand gelopen actie om te voorkomen, dat de onderofficieren Laurens Neede, Badrisein Sital en Ramon Abrahams door de Krijgsraad wegens insubordinatie, zouden worden veroordeeld.

  De invoering van 10 oktober als Dag van de Marrons, 9 augustus als Dag der Inheemsen, Id-Ul-Fitr en Divali als nationale vrije dag berust op politieke gronden. En het gekke is dat president Bouterse deze beslissingen, die hij indertijd heeft genomen, nu aan een nader oordeel wenst te onderwerpen.

  Ik heb er geen moeite mee. Alleen vind ik het jammer dat een staatshoofd zich door vertrouwelingen in de luren laten leggen.

 

Henry E. Cameron

De Wipplank 3-9-2012

De Wipplank  3-9-2012

 

Wippen is voor kinderen een spelletje ter ontspanning. Maar wippen kan voor volwassenen ook een aangename ontspanningsbezigheid zijn. Vooral als zij buiten de gezinsperken wordt bedreven.

Ik woon tegenover een speelveldje. Recht tegenover mijn stulpie is er een speelveld met daarop een klimrek en enkele meters verder een wipplank. Links van het rek is er een glijbaan en links van de glijbaan een draaimolen en twee schommels. Achter de glijbaan en de draaimolen is er een soos met het gezicht naar het westen des lands. Ten oosten van de soos, waarin ik nog geen teken van leven heb gezien, behalve dat van een kantoorklerk. Achter de soos is er een voetbalveldje, dat na elke regenbui onder water loopt.

Van de wipplank wordt er flink gebruik gemaakt. Kinderen houden namelijk van wippen. Maar ook voor volwassenen is dat ook, zoals ik eerder heb beweerd, een ontspannende bezigheid. Een wippertje is best leuk, heb ik vaak vrienden van me horen zeggen. Alleen moet je oppassen voor verslaving.

In het parlement noemde een keer Iding Soemita zijn KTPI een wippartij. Dat wil zeggen, dat hij met haar twee zetels de regeringscoalitie door bedreigingen met steun aan de oppositie, problemen kon bezorgen. Het was dus voor de oppositie en de coalitie zaak om rekening te houden met sympathie van de KTPI. De Pendawa Lima van Salam Soemohardjo achtte zich ook op de wip en president  Venetiaan hield daar rekening mee.

Maar de president behoefde zich geen zorgen te maken over wippers. De president en vice-president worden door De Nationale Assemblee voor vijf jaren gekozen en hun ambtstermijn eindigt bij de beëdiging van hun opvolgers.

In het conflict tussen prsident Jules Wijdenbosch en de meerderheid van het parlement heeft die ook uitgelegd, dat hij alleen tot opstappen zou kunnen worden gedwongen, als de heren wetgevers eerst hun boeltje zouden pakken, waarna hij hen zou volgen. En alzo is ook geschied. Daardoor heeft president Wijdenbosch niet de volle ambtstermijn uitgezeten. President Bouterse behoeft zich dus ook niet druk te maken over een eventuele val van zijn regering.

Het is misschien goed om met de begrotingsbehandeing in het vooruitzicht, enkele van de grondwettelijke bevoegdheden van de president aan te halen. De uitvoerende macht berust bij de president. Hij voert het opperbevel over de strijdkrachten, heeft de leiding over de buitenlandse politiek en bevordert de ontwikkeling van de internationale orde.

Overeenkomsten met andere mogendheden en met volkenrechtelijke organisaties worden door of met machtiging van de president gesloten en voorzover de overeenkomst dat eist, door de president bekrachtigd. Deze overeenkomsten worden zo spoedig mogelijk aan De Nationale Assemblee meegedeeld; zij worden niet bekrachtigd en treden niet in werking dan nadat zij door De Nationale Assemblee zijn goedgekeurd.

De president is o.a. voorts bevoegd tot het formeren van de Raad van Ministers, leiding geven en voorbereiding van het regeerprogramma, benoemen en ontslaan van ministers, schorsen van besluiten van de Raad van Ministers en ministers. De ministers zijn met de vice-president, verantwoording verschuldigd aan de president en niet aan het Parlement.

Ik denk, dat het nuttig kan zijn wanneer een keer de positie van De Nationale Assemblee en de ministers aan het brede publiek wordt uitgelegd. Daardoor kunnen de volksvertegenwoordigers ministers anders benaderen.

Henry E. Cameron

Tyukus of onwetendheid 24-08-2012

Tyukus of onwetendheid  24-08-2012

 

    Het heeft er veel van dat het terrein met het bondsgebouw van het AVVS De Moederbond met standbeeld van de vermoorde voorzitter Cyrill Daal aan de J. Lachmonstraat zal worden verkocht, omdat de daarop rustende schulden, niet kunnen worden betaald. En dat ondanks de meer dan 350.000 duizend Ameriakanse dollars die de vakcentrale heeft ontvangen, jammert de bondssecretaris Murwin Leeflang in het ochtendblad De Ware Tijd van hedenmorgen 24 augustus. Over hoe de schulden zijn ontstaan, hoe hoog ze zijn en wie de schuldeisers zijn kan merkwaardig, Leeflang niets zinnings zeggen. Ik zat nog niet in het hoofdbestuur”, beweert hij. Daardoor weet hij volgens de krant ook niet wie de schuldeisers zijn en hoe hoog de schulden toen waren. Hij is in augustus 2010 bestuurslid geworden.

    De tweede secretaris Lesley Blokland zei verrast te zijn over de aankondiging van de veiling. In zijn zittingsperiode waren alleen de voorzitter, ondervoorzitter en eerste secretaris bevoegd om leningen te sluiten voor de bond.

    Het is jammer dat de grootste belangenorganisatie van en voor arbeiders naar de knoppen dreigt te gaan, omdat vakbondsleiders de verleiding om af te blijven van bondsgelden, niet hebben kunnen weerstaan. Wij komen uiteraard op deze zaak terug.

    Want intussen wordt aandacht getrokken door het monumentale pand van Van Romondt aan de Waterkant, dat een gevaar vormt voor voetgangers. En aan dat van het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, dat op een steenworp van het bouwval van het gebouw van Van Romond staat dat minister Amofo niet schijnt te hinderen. We verwijzen maar niet naar het pand van het zogeheten Zwarte Hof aan de Zwartenhovenbrugstraat. Dat behoort volgens mij net als dat van Sociale Zaken aan het land.

    Het gekke van het geval is dat de eigenaren van het pand van Van Romondt door het land worden gedreigd, maar desonanks laten zij hun twee genoemde eigendommen rustig verder verkommeren.

    De monumentale panden kunnen rustig op staatskosten worden hersteld, waarna de rekening aan hen volgens de wet wordt aangeboden. Maar dan moet men ze willen aanpakken. We komen op de verwaarloosde panden van het land nog terug.

    Spelen tyuku of onwetendheid een rol?

 

Henry E. Cameron

Het begin van arbeid

Het begin van arbeid

    Ik zocht gisteren naar een boek en toen viel mijn oog op een bijbel. Ik nam hem en begon het scheppingsverhaal te lezen. Toen dacht ik aan ons volkslied, waarin wij smeken dat, hoe wij hier ook samenkwamen. God ons heerlijk land zal verheffen.
    Geparafraseerd komt het op het volgende neer: In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en ledig en de geest van God zweefde over de aarde en de wateren. En toen schiep God nog meer en toen God zag dat alles wat Hij gemaakt had goed was, schiep hij de man, die hij Adam noemde. En de Here God zei daarna: “Het is niet goed voor de man om alleen te zijn en terwijl de man een dutje deed, nam Hij een van zijn ribben en maakte daarmee een vrouw, met wie de man verder in het paradijs zorgeloos kon leven. De vrouw noemde hij Eva en hun kinderen Kain, Abel en Seth.
    Het luilekkerleven dat God het echtpaar liet leiden, beviel de duivel niet. Vooral omdat alles wat leefde, Hem gehoorzaamde. Hij verleidde Eva toen met mooie woorden om een van die schitterende appels te eten, die aan een boom midden in het paradijs bengelden, terwijl Adam zijn middagdutje deed.
   Plotseling werd hij wakker. Eva haastte zich naar hem toe en vertelde enthousiast van haar gesprek met de duivel die haar een van de verboden vruchten had laten eten. Ze gaf Adam ook een en die beet erin. Hij vond de vrucht erg lekker toen ineens een boze stem van God klonk: “Adam, Adam, waarom heb je je laten verleiden? Ik had je toch verboden om van die vruchten te eten? Jij en je vrouw zullen voortaan moeten werken om aan de kost te komen. Dat zullen jullie kinderen ook en allen die na hun en jullie zullen komen”. En zo is het arbeiden door de mens begonnen.
    Maar de boosheid van God was niet voor eeuwig. Als een goede vader beloofde hij verzachting van die straf. De mensen zouden van de aarde een hel voor zichzelf maken, die Hij een keer zou verzachten. Daarom hebben wij oorlogen gehad en vochten volken tegen elkaar en bekampen delen van volkeren elkaar om de macht. Die onderlinge strijd werd achteraf door geleerden als “revolutie” bestempeld. In de historie is de opstand van het Franse volk in 1789 een bekend voorbeeld.
    In Suriname ging het na 25 november 1975 niet zoals velen zich hadden voorgesteld. Vandaar dat op 25 februari 1980 een deel van het Surinaamse volk de staatsmacht in eigen hand nam. Ook toen hadden velen zich een verandering ten goede voorgesteld en zich daarom niet tegen de staatsgreep verzet.
    Bij de plegers van die geslaagde greep naar de staatsmacht, ging het blijkens hun eigen verklaringen op diezelfde avond niet louter om de macht. De leider Desiré Bouterse zei: ,,Bovendien ben ik van plan het welzijn van Suriame centraal te stellen. Ik zal daarnaartoe werken. Met de hulp van elke Surinamer zullen wij het maken. De weg naar een nieuw Suriname is op 25 februari aan de horizon verschenen van brede lagen van ons volk.
    De coupplegers waren in alfabetische volgorde met tussen haakjes hun leeftijd: Desire Delano Bouterse, Paul Bhagwandas (30), Ruben Brondestein (23), Roy Esajas (29), Steven Dendoe (25), Ernst Geffery (47), Arty Gorre, John Hardjoprajitno (28), Wilfred Hawker (24), Roy Horb (27), Ewoud Leeflang (27), Guno Mahadew, John Nelom (23), Ruben Rozendaal (23), Roy Tolud (29) en Marcel Zeeuw (29). Ramon Abrahams, Laurens Neede en Badrisein Sital waren eerder opgesloten en op 25 februari werden zij bevrijd.
    Amper een half jaar na de staatsgreep trok Bouterse alle macht naar zich toe, verloor die in 1987 na verkiezingen, maar herkreeg die in 2010 op legale wijze.

Henry E. Cameron

Toch jammer!

Toch jammer!

  Ik wilde laatst naar Nickerie en dacht dat ik de reis na jaren het beste met de nationale en vertrouwde  vleugels kon maken. Dus maakte ik contact met haar kantoor aan de Dokter Sophie Redmondstraat. Daar kreeg ik echter een beetje nors te horen dat mijn wens niet kon worden vervuld, omdat ze wel naar het buitenland worden uitgeslagen, maar geen binnenlandse vluchten onderhouden. Ik werd verwezen naar de blauwe vleugels. Van die zijde leerde ik, dat de vleugels alleen maar in  opdrachten worden uitgeslagen. Dus besloot ik maar om die trip naar het westen des lands uit te stellen. Paramaribo is toch een leuke stad.
  Het is mij toen opgevallen dat, ondanks de zeer hoge kosten, er toch heel veel wordt gebouwd. Kolossale zakenpanden, zoals magazijnen, verrijzen als de spreekwoordelijke paddestoelen uit de grond. Om niet te spreken van de woningen! Soms worden daar oude woningen, waaronder monumenten, voor opgeofferd. De overheid schijnt ten aanzien van het bouwen en voor het behoud van monumenten geen regels te hebben. En als die er zijn, weten de opdrachtgevers die te omzeilen of gouden sleutels te hanteren.
  Ik heb ook niet de indruk dat de Belastingdienst belangstelling heeft voor de eigenaren of opdrachtgevers van wat in de plaats van die oude bouwwerken komt. Daardoor mogen die historische panden gewoon verrotten en verliest de Staat daardoor zeker enkele miljoenen aan inkomsten. Maar hoe zit het met de eigendommen van de Staat zelf? Op de hoek van de Zwartenhovenbrug- en Dokter Sophie Redmondstraat staan bijvoorbeeld al jaren alleen nog de muren van het Zwarte Hof op omvallen te wachten. Maar nog erger: aan de Waterkant staat de hoge koloniale stoep van het Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting met daarnaast het koloniale pand te verpieteren, maar dat stoort minister Amafo niet. Ze laat zich met gesloten ogen dagelijks minstens twee keren naar binnen en buiten rijden.
  Haar collega Lackin van Buitenlandse Zaken schijnt zich er ook niet voor te schamen, dat zijn kantoor uitziet op de plek waar eens het Ministerie van Algemene Zaken en het parlement hebben gestaan en dat de ontstane ruimte als parkeerplaats wordt gebruikt, die niet eens wordt onderhouden.
  Over parkeerplaatsen sprekende moet worden opgemerkt, dat de verkeerspolitie schijnt te genieten wanneer ze het op haar heupen krijgt om auto’s onder het mom van bevordering van een doorstroming van het verkeer, laat wegslepen.
  Die doorstroming van het verkeer zou ook worden bevorderd door de vernoeming van de Coppenamestraat naar Mr. J. Lachmon, de Wanicastraat naar J.A. Pengel en de Gravenstraat, inclusief de Soldatenstraat, naar H.A.E. Arron. Hadden onze verkeersdeskundigen gedacht. Maar ja, je kan het ze niet kwalijk nemen, want de tien vingers moeten er, ook al zijn ze nat, gebruikt worden. Als over enkele maanden het nieuwe hoofdbureau van politie tot stand is gekomen, zal de situatie wel anders worden.
  Ik zwijg tenslotte over die mallotige wegmarkeringen, die in vele gevallen de veiligheid van de overstekende voetgangers niet bevorderen. Maar ja, wat baten kaars en bril?

Henry E. Cameron

#

#
#
#
#